Category

Administratie

De fiscale punten uit het regeerakkoord samengevat

By | Administratie

De Nextens/FiscaalTotaal-redactie heeft de belangrijkste fiscale punten uit het regeerakkoord 2017- 2021 van het kabinet-Rutte III op een rij gezet. In dit artikel zijn de volgende punten samengevat: het belastingstelsel, de woningmarkt, toeslagen, arbeidsmarkt, het personen- en familierecht, het pensioen, cultuur en de Wet DBA.

Belastingstelsel

  • Het belastingstelsel wordt hervormd. Verschillen in fiscale behandeling worden verkleind, (meer) werken wordt lonender, vervuiling krijgt een hogere prijs, belastingontwijking wordt aangepakt en het fiscaal vestigingsklimaat wordt verbeterd voor die bedrijven die hier ook daadwerkelijk economische activiteiten en banen opleveren.
  • De lasten voor burgers worden in 2021 per saldo met ruim €6 miljard verlaagd (inclusief circa €1 miljard via inkomensmaatregelen aan de uitgavenzijde), vooral door de invoering van een tweeschijvenstelsel, een verhoging van de algemene heffingskorting en een per saldo verhoging van de arbeidskorting, naast een groot aantal kleinere aanpassingen.
  • De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%, verdere vergroening van het belastingstelsel en door aftrekposten, waaronder de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek, vanaf 2020 in vier jaarlijkse stappen van 3%-punt te verlagen naar het basistarief. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait. De regeling ‘geen of beperkte eigen woningschuld’ wordt stapsgewijs afgebouwd.

Woningmarkt

  • Het percentage waartegen hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt in stappen van 3%-punt per jaar verlaagd totdat het basistarief is bereikt. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait.
  • In 2020 wordt het aftrektarief waartegen aftrekposten aftrekbaar zijn voor alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente en met 3%-punt per jaar naar het basistarief afgebouwd. Het aftrektarief komt in 2021 uit op 43%.
  • Het deel van de opbrengst van de aftrekpostenmaatregel dat voortkomt uit een verlaging van het aftrekpercentage van de hypotheekrente wordt gebruikt om het eigenwoningforfait (EWF) te verlagen met 0,15%.
  • De beleidsmatige verlenging van het aangrijpingspunt van het toptarief na 2021 wordt verlaagd in dezelfde mate als het EWF verlaagd wordt na 2021.
  • Geleidelijke afschaffing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (wet Hillen). Deze aftrekpost wordt in twintig jaar met gelijke stappen afgeschaft. Niet opgenomen in het akkoord maar wel afgesproken door de voorzitters van de vier fracties, is verlenging van laatstgenoemde termijn van twintig naar dertig jaar. Dit blijkt uit het eindverslag van informateur Zalm.
  • De maximale hypotheek wordt stapsgewijs afgebouwd tot maximaal de waarde van de woning. Daaraan wordt vastgehouden. De zogenaamde maximale ‘loan to value’ zal niet verder worden verlaagd om de toegang van starters tot de koopwoningmarkt niet onnodig te belemmeren.
  • Corporaties die investeren in verduurzaming komen in aanmerking voor een korting op de verhuurderheffing. Het kabinet reserveert hiervoor €100 miljoen per jaar.

Toeslagen

  • Het kabinet trekt €250 miljoen per jaar extra uit voor de kinderopvangtoeslag. Gezinnen worden daarnaast ondersteund met een verhoging van de kinderbijslag (€250 miljoen) en het kindgebonden budget (bijna €500 miljoen extra). De kinderbijslag wordt verhoogd met circa €85.
  • Het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget voor paren begint wordt verhoogd met circa €16.500.
  • De huurtoeslag wordt in de toekomst over een langer inkomenstraject afgebouwd. De eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt geïndexeerd met de huurverhoging. Daartoe wordt de zogeheten ‘Kan-bepaling’ in de huurtoeslag geschrapt. Daarnaast worden mogelijke vereenvoudigingen van de huurtoeslag doorgevoerd.

Personen- en familierecht

  • Sinds dit jaar is de beperkte gemeenschap van goederen het nieuwe wettelijke uitgangspunt voor personen die in het huwelijk treden. Bezien wordt op welke manier de noodzaak tot het maken van notariskosten kan worden weggenomen voor paren die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen.
  • Er wordt nader onderzoek verricht naar een verdere herijking van het familierecht. Daarbij gaat het onder meer om echtscheiding en alimentatie.

Pensioen

  • Voortbouwend op de werkzaamheden en rapporten van de SER wil het kabinet het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Voor alle contracten wordt een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht en krijgen de deelnemers een opbouw die past bij de ingelegde premie. Sociale partners ontwikkelen een nieuw pensioencontract.
  • Het kabinet zal financieel bijdragen aan het opvangen van de lasten van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw door de fiscale kaders tijdelijk te verruimen. De verwachting is dat de pensioenpremies tijdelijk met € 1 miljard stijgen om een evenwichtige transitie mogelijk te maken.
  • De hervorming van het tweede-pijlerpensioenstelsel leidt in de opbouwfase tot duidelijkere eigendomsrechten ten aanzien van het pensioenvermogen. Bijkomend voordeel hiervan is dat het eenvoudiger wordt om in de opbouwfase vermogensopbouw in de eigen woning te integreren in de vermogensopbouw in het pensioen.

Cultuur

  • De Geefwet blijft bestaan.
  • Particuliere monumentenbezitters blijven financieel gesteund worden. Hiervoor wordt deze kabinetsperiode €325 miljoen uitgetrokken.

Arbeidsmarkt

  • De transitievergoeding wordt meer in balans gebracht. Ten eerste krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Ten tweede gaat voor elk jaar in dienstverband de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan tien jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers wordt gehandhaafd. De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt verruimd.
  • De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar.
  • De mogelijkheden voor een langere proeftijd worden verruimd om het aangaan van een contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Payrolling als zodanig blijft mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het ‘ontzorgen’ van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden.
  • Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarin het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing wordt verklaard, werknemers qua (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk moeten worden behandeld met werknemers bij de inlener, en de definitie van de uitzendovereenkomst ongemoeid blijft.
  • Het kabinet gaat bekijken hoe de premiedifferentiatie in de WW kan bijdragen aan het aantrekkelijker maken van het vast contract.
  • Om te bevorderen dat het mkb weer meer personeel in (vaste) dienst durft te nemen, wordt de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) verkort van twee naar één jaar. Tevens wordt de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA verkort van tien jaar naar vijf jaar.
  • Uitbreiding partnerverlof bij geboorte naar vijf dagen per 1 januari 2019. Daarbovenop krijgen partners aanvullend kraamverlof van vijf weken per 1 juli 2020.
  • Voor EU-arbeidsmigranten tellen op dit moment gewerkte weken in het land van herkomst ook mee in de opbouw van WW. Nederland wil een wachttijd introduceren van 26 weken, zodat ook voor arbeidsmigranten geldt dat zij 26 weken in Nederland gewerkt moeten hebben om in aanmerking te komen voor WW.

Wet DBA

  • De Wet DBA wordt vervangen. Voor zzp’ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief (tot 125% WML) in combinatie met een langere duur (> 3 maanden) van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
  • Aan de bovenkant van de markt wordt voor zelfstandig ondernemers een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien er sprake is van een hoog tarief (> €75 per uur) in combinatie met een kortere duur (< 1 jaar ) van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
  • Voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief wordt een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een webmodule. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Ten behoeve van de webmodule wordt het onderdeel ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt (bijvoorbeeld dat het enkel moeten bijwonen van een vergadering op zichzelf geen indicatie van gezag is). Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.
  • Het huidige handhavingsmoratorium wordt na invoering van de bovenstaande maatregelen gefaseerd afgebouwd. Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid.

Bron: Nextens,  https://www.nextens.nl/nieuws/fiscale-punten-regeerakkoord-samengevat/ 

Het complete artikel is te vinden op:

Startende ondernemer in fiscale of financiële dienstverlening

 

Investeren? Nu nog of beter in 2017?

By | Administratie

Het einde van 2016 nadert, een goed moment om te kijken hoeveel u dit jaar heeft geïnvesteerd in apparatuur, inventaris en andere zaken in uw bedrijf. Investeert u in totaal namelijk meer dan € 2.300,- dan heeft u over dit jaar recht op investeringsaftrek.

Wanneer komen kosten in aanmerking voor de investeringsaftrek? 

Heeft u bedrijfsmiddelen aangeschaft die duurder zijn dan €450,- dan wordt dit gezien als investering.

De aanschafprijs van de investeringen mag u in mindering brengen op de winst, meestal gebeurt dit in 5 jaar tijd (afschrijvingsperiode). Daarnaast mag u in het jaar van aanschaf, ook nog eens 28% van de winst aftrekken als investeringsaftrek. Hierdoor wordt uw belastbaar inkomen dus lager en betaalt u minder inkomstenbelasting.

Wanneer wel en juist niet extra investeren?

Zit u bijna op € 2.300,- aan investeringen dit jaar en heeft u nog een aanschaf in het vooruitzicht? Overweeg dan deze investering nog in 2016 te doen en zorg dat de aanschaf u minimaal €450,- kost. Op deze manier komt u namelijk boven de minimale norm van € 2.300,- uit en heeft u over 2016 recht op de investeringsaftrek.

Heeft u in 2016 veel minder dan € 2.300,- geïnvesteerd en zijn er geen urgente zaken die aangeschaft moeten worden? Stel deze dan uit tot 2017.

 

Overzicht Investeringsaftrek 2016

 

 

 Geïnvesteerd bedrag
 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
tot € 2.300
0%
tussen € 2.301 en € 56.024
28% van het investeringsbedrag
tussen € 56.025 en € 103.748
€ 15.687
tussen € 103.749 t/m € 311.242
€ 15.687,- verminderd met 7,56% van het
deel van het investeringsbedrag
boven de € 103.748,-
Boven de € 311.243
0%

Belastingdienst stuurt brieven intracommunautaire verwervingen

By | Administratie, Belastingen, OB, ZZP

Het Central Liaison Office (CLO) stuurt binnenkort 7000 ondernemers die goederen en/of diensten afnemen in andere EU-landen, een brief.

Uit informatie van de Belastingdienst, blijkt dat bij deze groep ondernemers de intracommunautaire verwervingen, niet altijd goed zijn aangeven in de btw-aangiften over 2015.

Suppletie

Met deze brief wil de Belastingdienst ondernemers informeren over hoe zij een juiste omzetbelasting indienen. In deze brief staat ook in welke gevallen er een suppletie omzetbelasting moet worden ingediend of wanneer u niets hoeft te corrigeren. Ook staat er beschreven waar de gegevens over intracommunautaire verwervingen over 2016 in de btw-aangifte moeten worden ingevuld.

 

Rappelbrief

Daarnaast zijn er nog eens 2300 ondernemers die de komende tijd een rappelbrief van het CLO kunnen krijgen. Dit betreft alleen ondernemers waar voor het tweede jaar op rij de vraag over intracommunautaire verwervingen niet juist is ingevuld.

 

 

 

Bron: Elsevier Nextens

Werkkostenregeling (WKR)

By | Administratie, Belastingen, Lonen, Personeel

De tijd van de bonussen en kerstpakketten komt er weer aan. Werkgevers moeten zich hierbij houden aan fiscale spelregels of veel belasting betalen. Alle werkgevers vallen sinds begin dit jaar verplicht onder de werkkostenregeling (WKR). Veel zaken kun je nu onbelast vergoeden en verstrekken aan je werknemers. Ben jij dit jaar nog wat van plan als werkgever? Zo ja, dan zijn dit de regels.

De WKR, de fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen, is voor veel werkgevers nieuwe kost. Er worden termen gebruikt waarmee je misschien nog niet zo vertrouwd bent. Niet zo raar, want begin dit jaar maakte nog maar een op de vijf werkgevers gebruik van de WKR. Sinds 1 januari 2015 vallen echter alle werkgevers onder deze regeling, die een administratieve lastenverlichting beoogt.

 

Loon

De Belastingdienst over de WKR: “Bij de werkkostenregeling gaat het om loon. In het kort: loon is alles wat een werknemer krijgt op grond van zijn dienstbetrekking. Het kan gaan om loon in geld, maar ook om loon in natura. Het maakt niet uit of de werknemer recht heeft op het loon. Een vrijwillig gegeven gratificatie is net zo goed loon als het winstaandeel waarop de werknemer recht heeft volgens zijn arbeidsvoorwaarden.” Als er geen sprake is van loon, dan geldt de WKR niet. Vergoeding is een betaling aan de werknemer voor aan de dienstbetrekking gerelateerde kosten. Een verstrekking is het geven/ter beschikking stellen van zaken in het kader van de dienstbetrekking.

 

Vrije Ruimte

1,2 procent van je totale fiscale loon (de som van alle bruto beloningen in je bedrijf inclusief vakantiegeld en bonussen) is de zogenoemde ‘vrije ruimte’. Over deze som betaal je onder bepaalde voorwaarden geen loonbelasting voor vergoedingen en verstrekkingen. Je moet deze vergoedingen en verstrekkingen in je administratie opnemen als eindheffingsloon. Kom je met je vergoedingen en verstrekkingen boven die 1,2 procent, dan betaal je over het meerdere bedrag 80 procent eindheffing. Goed rekenen dus!

 

Gerichte Vrijstellingen

Het bedrag in de vrije ruimte kan een leuk bedrag opleveren voor iets extra’s voor je personeel, temeer omdat je veel mag vergoeden en verstrekken buiten de vrije ruimte om. Dit zijn de zogeheten ‘gerichte vrijstellingen’ en ‘nihil waarderingen’ (deze laatste als het om loon in natura gaat). Je moet bij gerichte vrijstellingen denken aan een cursus of maaltijden bij overwerk. Maar ook een laptop of smartphone vallen hieronder als ze voldoen aan de voorwaarden van het noodzakelijkheidscriterium. Het noodzakelijkheidscriterium is in het leven geroepen om allerlei zaken te kunnen toetsen die je nodig hebt om je werk behoorlijk uit te voeren. Dat varieert per werknemer en het criterium bestrijkt dus een ruim gebied, van een trompet voor een muzikant tot een nietpistool voor een bouwvakker. Je bepaalt als werkgever zelf wat noodzakelijk is. Als je het te gek maakt grijpt de Belastingdienst in. De Belastingdienst: “Vergoed of verstrek je meer dan de normen, dan is er sprake van een bovenmatig deel van gerichte vrijstellingen. Voor dit bovenmatige deel mag je kiezen: aanwijzen als eindheffingsloon of als loon van de werknemer belasten, of een combinatie van beide”.
De Belastingdienst heeft een lijst met gerichte vrijstellingen opgesteld die je hier kunt vinden.

 

Nihil Waardering

De nihil waardering geldt alleen als het gaat om loon in natura. Volgens de Belastingdienst is dit om te voorkomen dat de waarde van voorzieningen op de werkplek in de vrije ruimte valt. Ook voor de nihil waardering heeft de Belastingdienst een lijst gemaakt die je hier kunt bekijken. De lijst bestrijkt eveneens een breed gebied. Van voorzieningen voor bedrijfsfitness en een vaste computer op de werkplek tot het rentevoordeel dat een werknemer heeft als hij met een personeelslening een elektrische fiets koopt

 

Gebruikelijkheidstoets

Zoals aangestipt grijpt de Belastingdienst in als er in je administratie sprake is van een ongebruikelijke situatie. Dit is de zogenoemde Gebruikelijkheidstoets. De Belastingdienst: “De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen die je in jouw administratie opneemt als eindheffingsloon, niet meer dan 30 procent mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het bedrag dat boven de 30 procent-grens uitkomt, is loon van de werknemer. Wij gaan ervan uit dat een vergoeding of verstrekking van maximaal € 2.400 euro per persoon per jaar in ieder geval gebruikelijk is. Als wij vinden dat de vergoedingen en verstrekkingen ongebruikelijk zijn, moeten wij dat aantonen.”

 

En het kerstpakket?

In principe is er onder de WKR van alles mogelijk bij het geven van een kerstpakket zolang het voldoet aan de gebruikelijkheidtoets. Een voorbeeld van de Belastingdienst: “Je hebt een middelgroot bedrijf en geeft je werknemers met kerst een flatscreentelevisie van 3.000 euro. Binnen jouw sector is het gebruikelijk dat het personeel met kerst zo’n duur cadeau krijgt. Je mag de flatscreentelevisie aanwijzen als eindheffingsloon, ook al is deze duurder dan € 2.400.” Dit kan dus door de beugel omdat de afwijking valt binnen de 30 procent van de gebruikelijke vergoeding van 2400 euro. Wel eerst rondom informeren wat in je branche gebruikelijk is en uitrekenen of je wel zoveel vrije ruimte hebt, anders worden het wel erg dure tv’s.

 

Bron; BC.nl

Toeslag 2016 alleen nog digitaal

By | Administratie, Belastingen, IB, Particulieren, Toeslagen

Met deze aankondiging trapt de belastingdienst het proces van nog meer digitale post af.

 

Normaliter ontving een toeslaggerechtigde aan het einde van het lopende jaar een beschikking per brief waarop de nieuwe toeslag(en) voor het aankomende jaar vermeld staat. U begrijpt het al, deze beschikking komt voortaan alleen nog digitaal! Voor diegenen die geen problemen hebben gehad hun digitale brievenbus (mijnoverheid.nl) te activeren, zover geen problemen. Helaas zullen er ook toeslaggerechtigden zijn die hierdoor wel problemen ondervinden.

 

Buro HL biedt voor deze personen een uitkomst!

 

Service Bericht Toeslagen (SBT) is een optie die de belastingdienst in het leven heeft geroepen voor intermediairs en toeslaggerechtigden. Vooraleerst moet u Buro HL machtigen de toeslagberichten digitaal voor u te mogen ontvangen. Oftewel, u neemt contact met ons op en verzoekt om digitale toezending van de beschikkingen. Vervolgens zullen wij een bericht aanmaken richting de belastingdienst waarin wij voor u verzoeken de toeslagbeschikkingen digitaal aan ons te sturen. De belastingdienst controleert dit verzoek door middel van

een brief welke bij u bezorgt wordt. In deze brief staat een activatiecode welke u aan ons moet doorgeven. Vervolgens krijgt Buro HL de mogelijkheid de SBT’s digitaal voor u op te halen.

 

Deze SBT’s kunnen wij dan uiteraard voor u printen en/of verzenden via e-mail. Telkens als er een SBT beschikbaar komt zullen wij hiervan een kopie ontvangen. Dit kan bij een tussentijdse wijziging, beëindiging of nieuwe aanvraag van een toeslag.

 

Uiteraard is het aanvragen van SBT’s ook beschikbaar voor diegenen die een berichtenbox hebben. Buro HL is hierdoor bijvoorbeeld in staat, bij oplevering van de aangifte inkomstenbelasting, aan te geven of alle ontvangen toeslag(en) conform de door de belastingdienst afgegeven beschikking(en), correct zijn geweest.

Service Berichten Aanslag

By | Administratie, Belastingen, IB, Particulieren, Toeslagen

Hierover meldt de belastingdienst het volgende:

 

Service Berichten Aanslag via uw intermediair

Wij sturen alleen digitale berichten met gegevens van aanslagen, kennisgevingen en beschikkingen (serviceberichten) naar uw intermediair als de machtiging die u aan uw intermediair hebt gegeven geregistreerd én actief is. Dit gaat als volgt:

 

Uw intermediair stuurt met zijn software een aanvraag in voor de registratie van uw machtiging, zodat hij Service Berichten Aanslag (SBA) kan krijgen. In zijn aanvraag geeft hij aan voor welke belasting en welk aangiftejaar hij serviceberichten wil krijgen. Voor particulieren kan hij alleen Service Berichten Aanslag krijgen over de inkomstenbelasting, voor ondernemers ook over de vennootschapsbelasting en de btw.

 

De aanvraag van uw intermediair gaat naar Logius, de Dienst Digitale Overheid die het machtigingenregister beheert. In het register houdt Logius bij welke Service Berichten Aanslag verstuurd mogen worden en aan wie. Logius neemt de aanvraag meteen op in zijn machtigingenregister. Hierdoor mist uw intermediair geen berichten die wij samenstellen tijdens uw reactietermijn. Logius is onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Wij sturen u een registratiebrief over de aanvraag van uw intermediair. Hierin vragen wij u toestemming voor het registreren van uw machtiging, zodat uw intermediair Service Berichten Aanslag kan krijgen. Vraagt uw intermediair voor u verschillende Service Berichten Aanslag aan? Bijvoorbeeld voor de inkomstenbelasting 2015 en 2016? Dan krijgt u voor iedere aanvraag een aparte brief.

 

U kunt beslissen of u akkoord gaat met de registratie van uw machtiging:

 

Als u akkoord gaat, hoeft u niets te doen. Logius activeert de registratie automatisch op de startdatum van de registratie, die in onze registratiebrief staat. Hierna kan uw intermediair digitale berichten krijgen met gegevens van aanslagen, kennisgevingen en beschikkingen die wij op papier naar u sturen.

 

Als u niet akkoord gaat, moet u ruim voor de startdatum van de registratie het formulier opsturen dat wij met de registratiebrief meesturen. De registratie van uw intermediair wordt dan niet actief: uw intermediair krijgt geen serviceberichten. De startdatum van de registratie staat in de brief die u van ons krijgt.

 

 

Registratie van machtiging ieder aangiftejaar

Een registratie van een machtiging voor Serviceberichten Aanslag is voor digitale berichten over 1 klant over 1 soort belasting en 1 aangiftejaar, bijvoorbeeld de inkomstenbelasting 2015. U beslist dus voor elke soort belasting en per aangiftejaar of u akkoord gaat met de registratie van uw machtiging.

 

 

Let op!

Uw intermediair krijgt alleen digitale gegevens van aanslagen, kennisgevingen en beschikkingen die wij geautomatiseerd versturen. Van alle andere aanslagen, kennisgevingen en beschikkingen krijgt hij dus geen gegevens!!

 

 

Registratie intrekken

Als u akkoord bent gegaan met de registratie van uw machtiging door uw intermediair, kunt u deze registratie op elk moment intrekken. Bijvoorbeeld als u overstapt naar een andere intermediair. Hiervoor gebruikt u het formulier ‘Registratie machtiging intermediair afwijzen of intrekken’ dat wij meesturen met de registratiebrief.

 

Bron: Belastingdienst.nl

VAR-verklaring blijft nog even bestaan

By | Administratie, Belastingen, ZZP

De vernieuwing van de VerklaringArbeidsRelatie (VAR) in de vorm van modelovereenkomsten laat voorlopig nog even op zich wachten. De invoering van de nieuwe zzp-wet wordt uitgesteld tot 1 april 2016. Dit meldt staatssecretaris Wiebes van Financiën in een brief aan de Eerste Kamer.

 

Om schijnzelfstandigheid met een verkapt dienstverband tegen te gaan, zouden de bestaande VAR’s worden vervangen door modelovereenkomsten. De Eerste Kamer zou zich 27 oktober buigen over het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, dat dit regelt. Uit een brief van staatssecretaris Wiebes van Financiën aan de Eerste Kamer blijkt nu dat de behandeling van het wetsvoorstel wordt uitgesteld.

 

Geldigheid huidige VAR’s verlengd

 

Met het uitstel van de behandeling van het wetsvoorstel, is ook de mogelijke inwerkingtreding van de wet uitgesteld van 1 januari 2016 naar 1 april 2016 met een overgangsperiode tot 1 januari 2017. De Belastingdienst zal tot die tijd wel toezicht houden maar geen handhavingsmaatregelen nemen. U krijgt dus nog iets meer tijd om te wennen aan de overstap naar modelovereenkomsten.
De geldigheid van de bestaande VAR’s wordt ook verlengd tot 1 april 2016. U hoeft dus geen nieuwe VAR aan te vragen als de huidige VAR nog overeenkomt met de werkzaamheden die u uitvoert voor uw organisatie.

 

Bron; Renedement.nl

Tank in Nederland én met pinpas

By | Administratie, Belastingen

Tank in Nederland en gebruik uw pinpas, betaal vooral niet contant. Dit is het advies aan diegenen die rijden met een auto van de zaak. Waarom?

Kostenaftrek: Als u contant betaalt, ontbreekt bewijs van de kosten. In discussies met de Belastingdienst staat u dan zwak. Een betaling met pinpas of creditcard in combinatie met de kassabon is wel een bewijs.

 

BTW: U mist de btw-teruggaaf als u in het buitenland tankt. Tenzij u zoveel buitenlandse btw in een EU-land betaalt, dat een verzoek om btw-teruggaaf loont. De op de Nederlandse kassabon vermelde btw kan gewoon via de btw-aangifte teruggevraagd worden. Ook hier geldt dat de pinbetaling duidelijk maakt dat u degene was die betaalde.

 

Bron: Tips & Advies

Betaling Belastingdienst alleen nog op rekening uw naam

By | Administratie

De Staatssecretaris van Financiën heeft vandaag een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij de uitvoering van de maatregel één bankrekeningnummer toelicht. Hierin staat dat vanaf 1 juli 2015, bedragen die u ontvangt als toeslag, teruggaaf inkomstenbelasting of teruggaaf bijdrage Zorgverzekeringswet, alleen nog maar op één rekeningnummer worden gestort dat daadwerkelijk op uw naam staat. Uitbetalingen waarvan de Belastingdienst niet kan vaststellen of de rekening de juiste tenaamstelling heeft, worden gestopt.

 

Verzoek

Deze maatregel voorkomt fraude en fouten met uitbetalingen. Zij is al vanaf 1 december 2013 van kracht, maar afgelopen anderhalf jaar gold nog een overgangsrecht. In deze periode is voor het overgrote gedeelte van de belastingplichtigen en toeslaggerechtigden een correct bankrekeningnummer doorgevoerd. Ongeveer 85.000 mensen hebben dit nog niet gedaan, ondanks een verzoek van de Belastingdienst.

Als vanaf 1 juli 2015 niet kan worden vastgesteld dat het rekeningnummer daadwerkelijk op uw naam staat, worden de betalingen gestopt. Mensen waarvan het rekeningnummer is gedeactiveerd en waarvoor een (maandelijkse) uitbetaling klaar staat, ontvangen van de Belastingdienst nogmaals een brief waarin staat welke actie van hen nodig is. Uiteraard kunnen burgers waarvan het rekeningnummer is gedeactiveerd, alsnog een rekening op naam doorgeven zodat weer aan hen uitbetaald kan worden. Dan worden ook de eventueel niet betaalde termijnen alsnog uitbetaald.

Iedereen die een brief heeft gekregen om het juiste rekeningnummer door te geven en dat nog niet heeft gedaan, wordt dan ook opgeroepen om dit alsnog snel te doen. Hoe u dat kunt doen, leest u hier.

 

Bron: Elsevier Nextens

Bewaarplicht

By | Administratie

Bewaarplicht particulieren
De Belastingdienst legt aan particulieren géén verplichting op om betalingsbewijzen en andere administratieve stukken (kwitanties, bankafschriften, salarisstroken e.d.) te bewaren. Maar de fiscus kan wel tot vijf jaar na afloop van het aangiftejaar nog een navordering opleggen. Om die reden doen ook particulieren er goed aan om hun administratieve gegevens gedurende 5 jaar te bewaren.

 

Maar in een aantal gevallen is het belangrijk om bepaalde papieren langer te bewaren. Verzekeringspolissen moet u sowieso bewaren zo lang de verzekering loopt. Garantiebewijzen moet u bewaren zolang de garantie geldt en zeker als u garantie heeft bijgekocht.

 

Bewaarplicht bedrijven
Ondernemers en zelfstandigen, waaronder ook ZZP’ers, dienen hun administratie voor de fiscus zeven jaar te bewaren. Zij streven echter naar zo min mogelijk administratieve lasten en hanteren soms kortere bewaartermijnen. Hoe lang u uw administratie moet bewaren, hangt af van het belang dat de Belastingdienst heeft bij de verschillende soorten gegevens in uw administratie. Bepaalde onderdelen van uw administratie worden aangemerkt als basisgegevens. Daarbij moet u denken aan:

 

  • het grootboek
  • de debiteuren- en crediteurenadministratie
  • de voorraadadministratie
  • de in- en verkoopadministratie
  • de loonadministratie

 

De basisgegevens moeten 7 jaar bewaard blijven. Na deze termijn vraagt de Belastingdienst deze gegevens niet meer bij u op. De bewaarplicht geldt ook voor computerprogramma’s en bestanden. U moet er dus ook voor zorgen dat deze programma’s en bestanden bij een controle kunnen worden gebruikt. Met het uitsluitend bewaren van een bestand in afgedrukte vorm voldoet u niet aan uw bewaarplicht.

 

Laat u (een deel van) uw administratie verzorgen door een administratie- of loonservicebureau? Dan vallen de gegevensdragers van het administratiekantoor waarop gegevens staan over uw onderneming, ook onder de fiscale bewaarplicht.