Category

Lonen

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2017

By | Lonen, Particulieren, Personeel

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het wettelijk minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2017.

Zie de tabel hieronder.

 

De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Dit hangt af van de sector waarin u werkt. Werkt u parttime, dan geldt nog steeds het minimumloon, maar is uw salaris afhankelijk van het aantal gewerkte uren. Deel het aantal uur dat u per week werkt door het aantal uur van een fulltime werkweek in uw bedrijf en vermenigvuldig dit met uw fulltime minimumloon per maand.

 

 

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2017

 

 

Leeftijd Per maand Per week Per dag
23 jaar en ouder € 1.551,60 € 358,05 € 71,61
22 jaar € 1.318,85 € 304,35 € 60,87
21 jaar € 1.124,90 € 259,60 € 51,92
20 jaar € 954,25 € 220,20 € 44,04
19 jaar € 814,60 € 188,00 € 37,60
18 jaar € 706,00 € 162,90 € 32,58
17 jaar € 612,90 € 141,45 € 28,29
16 jaar € 535,30 € 123,55 € 24,71
15 jaar € 465,50 € 107,40 € 21,48

 

Bron; rijksoverheid.nl

 

Werkkostenregeling (WKR)

By | Administratie, Belastingen, Lonen, Personeel

De tijd van de bonussen en kerstpakketten komt er weer aan. Werkgevers moeten zich hierbij houden aan fiscale spelregels of veel belasting betalen. Alle werkgevers vallen sinds begin dit jaar verplicht onder de werkkostenregeling (WKR). Veel zaken kun je nu onbelast vergoeden en verstrekken aan je werknemers. Ben jij dit jaar nog wat van plan als werkgever? Zo ja, dan zijn dit de regels.

De WKR, de fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen, is voor veel werkgevers nieuwe kost. Er worden termen gebruikt waarmee je misschien nog niet zo vertrouwd bent. Niet zo raar, want begin dit jaar maakte nog maar een op de vijf werkgevers gebruik van de WKR. Sinds 1 januari 2015 vallen echter alle werkgevers onder deze regeling, die een administratieve lastenverlichting beoogt.

 

Loon

De Belastingdienst over de WKR: “Bij de werkkostenregeling gaat het om loon. In het kort: loon is alles wat een werknemer krijgt op grond van zijn dienstbetrekking. Het kan gaan om loon in geld, maar ook om loon in natura. Het maakt niet uit of de werknemer recht heeft op het loon. Een vrijwillig gegeven gratificatie is net zo goed loon als het winstaandeel waarop de werknemer recht heeft volgens zijn arbeidsvoorwaarden.” Als er geen sprake is van loon, dan geldt de WKR niet. Vergoeding is een betaling aan de werknemer voor aan de dienstbetrekking gerelateerde kosten. Een verstrekking is het geven/ter beschikking stellen van zaken in het kader van de dienstbetrekking.

 

Vrije Ruimte

1,2 procent van je totale fiscale loon (de som van alle bruto beloningen in je bedrijf inclusief vakantiegeld en bonussen) is de zogenoemde ‘vrije ruimte’. Over deze som betaal je onder bepaalde voorwaarden geen loonbelasting voor vergoedingen en verstrekkingen. Je moet deze vergoedingen en verstrekkingen in je administratie opnemen als eindheffingsloon. Kom je met je vergoedingen en verstrekkingen boven die 1,2 procent, dan betaal je over het meerdere bedrag 80 procent eindheffing. Goed rekenen dus!

 

Gerichte Vrijstellingen

Het bedrag in de vrije ruimte kan een leuk bedrag opleveren voor iets extra’s voor je personeel, temeer omdat je veel mag vergoeden en verstrekken buiten de vrije ruimte om. Dit zijn de zogeheten ‘gerichte vrijstellingen’ en ‘nihil waarderingen’ (deze laatste als het om loon in natura gaat). Je moet bij gerichte vrijstellingen denken aan een cursus of maaltijden bij overwerk. Maar ook een laptop of smartphone vallen hieronder als ze voldoen aan de voorwaarden van het noodzakelijkheidscriterium. Het noodzakelijkheidscriterium is in het leven geroepen om allerlei zaken te kunnen toetsen die je nodig hebt om je werk behoorlijk uit te voeren. Dat varieert per werknemer en het criterium bestrijkt dus een ruim gebied, van een trompet voor een muzikant tot een nietpistool voor een bouwvakker. Je bepaalt als werkgever zelf wat noodzakelijk is. Als je het te gek maakt grijpt de Belastingdienst in. De Belastingdienst: “Vergoed of verstrek je meer dan de normen, dan is er sprake van een bovenmatig deel van gerichte vrijstellingen. Voor dit bovenmatige deel mag je kiezen: aanwijzen als eindheffingsloon of als loon van de werknemer belasten, of een combinatie van beide”.
De Belastingdienst heeft een lijst met gerichte vrijstellingen opgesteld die je hier kunt vinden.

 

Nihil Waardering

De nihil waardering geldt alleen als het gaat om loon in natura. Volgens de Belastingdienst is dit om te voorkomen dat de waarde van voorzieningen op de werkplek in de vrije ruimte valt. Ook voor de nihil waardering heeft de Belastingdienst een lijst gemaakt die je hier kunt bekijken. De lijst bestrijkt eveneens een breed gebied. Van voorzieningen voor bedrijfsfitness en een vaste computer op de werkplek tot het rentevoordeel dat een werknemer heeft als hij met een personeelslening een elektrische fiets koopt

 

Gebruikelijkheidstoets

Zoals aangestipt grijpt de Belastingdienst in als er in je administratie sprake is van een ongebruikelijke situatie. Dit is de zogenoemde Gebruikelijkheidstoets. De Belastingdienst: “De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen die je in jouw administratie opneemt als eindheffingsloon, niet meer dan 30 procent mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het bedrag dat boven de 30 procent-grens uitkomt, is loon van de werknemer. Wij gaan ervan uit dat een vergoeding of verstrekking van maximaal € 2.400 euro per persoon per jaar in ieder geval gebruikelijk is. Als wij vinden dat de vergoedingen en verstrekkingen ongebruikelijk zijn, moeten wij dat aantonen.”

 

En het kerstpakket?

In principe is er onder de WKR van alles mogelijk bij het geven van een kerstpakket zolang het voldoet aan de gebruikelijkheidtoets. Een voorbeeld van de Belastingdienst: “Je hebt een middelgroot bedrijf en geeft je werknemers met kerst een flatscreentelevisie van 3.000 euro. Binnen jouw sector is het gebruikelijk dat het personeel met kerst zo’n duur cadeau krijgt. Je mag de flatscreentelevisie aanwijzen als eindheffingsloon, ook al is deze duurder dan € 2.400.” Dit kan dus door de beugel omdat de afwijking valt binnen de 30 procent van de gebruikelijke vergoeding van 2400 euro. Wel eerst rondom informeren wat in je branche gebruikelijk is en uitrekenen of je wel zoveel vrije ruimte hebt, anders worden het wel erg dure tv’s.

 

Bron; BC.nl

Eerste voorbeeldovereenkomsten online

By | Belastingen, Lonen, Personeel, ZZP

De Belastingdienst heeft de eerste voorbeeldovereenkomsten online gepubliceerd waarbij geen sprake is van een dienstbetrekking. De voorbeeldovereenkomst is de vervanging van de VAR en geeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonheffing in hoeft te houden en te betalen.

 

Vervanging VAR

De VAR verdwijnt vanaf 2016 en hiervoor in de plaats zou de Beschikking Geen Loonheffing komen. Dit gaat nu niet meer door, de Belastingdienst gaat nu voorbeeldovereenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers beoordelen. Belangenorganisaties van opdrachtgevers en van opdrachtnemers, individuele opdrachtgevers of hun intermediairs kunnen deze overeenkomsten opstellen en aan de Belastingdienst voorleggen. Dat kunnen ook overeenkomsten voor een bepaalde sector zijn. De Belastingdienst beoordeelt de overeenkomst en geeft vervolgens uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffing moet inhouden en betalen. Deze voorbeeldovereenkomsten publiceren ze vervolgens op de website zodat iedereen deze kan gebruiken en downloaden. De eerste twee voorbeeldovereenkomsten staan nu online, voor “coördinerend stralingsdeskundige” en “gastdocent masterclass”.

 

Vrijblijvend

Het is niet verplicht om een voorbeeldovereenkomst te gebruiken. U kunt ook een eigen overeenkomst maken en zelf kiezen of u deze voorlegt aan de Belastingdienst. Als u hem voorlegt, zullen zij deze apart beoordelen en heeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat hij geen loonheffing hoeft in te houden en te betalen. Tenzij achteraf blijkt dat de manier van werken niet volgens de overeenkomst gaat en dat er toch sprake is van een dienstbetrekking. Dan moet de opdrachtgever alsnog loonheffing inhouden en betalen.

 

Overgangsregeling

Doordat de VAR verdwijnt, is er voor het jaar 2016 een overgangsregeling. Het aanvragen van de VAR is in principe niet meer nodig voor 2016, als er toch een aanvraag binnenkomt dan behandelt de Belastingdienst deze niet, in afwachting van besluitvorming in de Eerste Kamer. Staatssecretaris Wiebes heeft in een brief bij de Eerste Kamer aangedrongen op een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel om onzekerheid te voorkomen. Voor 2015 is het wel mogelijk een VAR aan te vragen, deze is dan alleen nog dit kalenderjaar geldig. Wanneer het een voortzetting van werkzaamheden betreft onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden als in 2014, dan hoeft er geen nieuwe VAR voor 2015 te worden aangevraagd.

 

Via onderstaande links kunt u alvast 2 voorbeeldovereenkomsten bekijken:

 

Voorbeeldovereenkomst coördinerend stralingsdeskundige

Voorbeeldovereenkomst gastdocent masterprogramma

 

 

Bron: Belastingdienst

Regeling fiscus voor meewerkend kind

By | Belastingen, Lonen, Personeel, ZZP

De fiscus maakt het extra gemakkelijk voor je als je kind een vakantiebaan binnen jouw bedrijf gaat krijgen. Als ‘werkgever van een meewerkend kind’ hoef je bijvoorbeeld maar één keer in het jaar aangifte voor de loonheffing te doen. Dit voordeel is ook van toepassing voor zelfstandigen die in een maatschap samenwerken. Er moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Lees hier hoe je dat moet doen en wat de voorwaarden zijn van deze zogeheten kalenderjaarregeling.

 

Voor kinderen die meewerken in de onderneming van hun ouders mag je onder bepaalde omstandigheden een vereenvoudigde regeling voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de ZVW toepassen. Je kunt overigens niets op eigen houtje doen. Je moet wel eerst toestemming vragen aan de belastingdienst.

 

Voorwaarden
– Je hebt een eenmanszaak, maatschap, vof of cv.
– Vóór de eerste uitbetaling van het loon neem je de naam, het adres en het BSN van het meewerkende kind in de administratie op.
– Het kind werkt in de onderneming van de ouder(s). In het geval van een maatschap, vof of cv gaat het dus om een kind van een van de maten of vennoten.
– Het kind hoort tot het huishouden van deze ouder(s).
– Het kind is ten minste 15 jaar.
– Het kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
– Het kind geniet geen winst uit de onderneming.

 

Formulier
De Belastingdienst heeft voor het meewerken van een kind in je zaak een formulier op de site staan. Dit formulier kun je hier (pdf) downloaden. Je kunt dit formulier op je computer invullen, daarna het formulier afdrukken, ondertekenen en opsturen naar je belastingkantoor. Als je de regeling mag toepassen, krijg je voor deze dienstbetrekking een loonheffingennummer en de gegevens die je nodig hebt om aangifte te doen.

 

Bron: BC.nl

Kosten verrekenen transitievergoeding

By | Lonen, Personeel

Als u vanaf 1 juli 2015 een werknemer ontslaat, krijgt u met de transitievergoeding te maken. Deze maakt deel uit van de Wet werk en zekerheid. Bepaalde kosten mag u op de transitievergoeding in mindering brengen. Onlangs heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een ontwerpbesluit laten weten weke kosten u op de transitievergoeding in mindering mag brengen;

  • Transitiekosten. Hierbij gaat het om de kosten die u maakt voor activiteiten en inspanningen bij (dreigend) ontslag. Deze kosten maakt u om de werknemer zo snel mogelijk aan nieuw werk helpen. Denk aan scholingskosten, outplacementkosten of kosten voor een verlengde opzegtermijn.
  • Inzetbaarheidskosten. Hierbij gaat het om de kosten die u maakt om de werknemer tijdens het dienstverband te versterken in zijn brede inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Dit mogen geen kosten zijn die u besteed heeft aan het verbeteren van de inzetbaarheid binnen uw organisatie. Kosten voor specifieke scholing waarmee de werknemer zijn (toekomstige) functie bij u beter kan uitvoeren, komen dus niet voor aftrek in aanmerking. Onder de inzetbaarheidskosten vallen bijvoorbeeld wel cursussen die gericht zijn op persoonlijke ontwikkeling of niet-werkgerelateerde (taal)cursussen. Deze kosten mogen uiterlijk vijf jaar vóór het einde van het dienstverband gemaakt zijn, tenzij u als werkgever met uw werknemer schriftelijk een andere periode overeenkomt.

Schriftelijke overeenkomst

Voordat u de kosten maakt, moet u met de werknemer schriftelijk overeenkomen dat u ze later met een eventuele transitievergoeding mag verrekenen. Deze schriftelijke overeenkomst moet u in het personeelsdossier opnemen. Het instemmingsvereiste van de werknemer vervalt als over de kosten afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers- en werknemersverenigingen (bijv in de CAO). Dit is ook het geval als u hierover afspreken heeft gemaakt met de OR.

 

Bron: Rendement.nl

Loonbegrip transitievergoeding en vergoeding aanzegtermijn

By | Administratie, Lonen, Personeel

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een nieuw besluit aangegeven wat het loonbegrip is bij de vergoeding voor de niet in acht genomen aanzegtermijn en de transitievergoeding.

Sinds 1 januari 2015 moeten werkgevers arbeidscontracten die 6 mnd of langer duren, aanzeggen. Dit betekent dat de werkgever uiterlijk een maand voordat zo’n contract voor bepaalde tijd afloopt, aan de werknemer moet laten weten of het contract wel of niet wordt verlengd. Doet de werkgever dit niet of hij is te laat, dan moet hij een vergoeding van maximaal een maandloon aan de werknemer betalen.

 

Loonbegrip

Het loonbegrip voor de vergoeding voor de niet in acht genomen aanzegtermijn is gelijk aan het bruto-uurloon maal de overeengekomen arbeidsduur per maand. Alle andere looncomponenten (zoals vakantiegeld en toeslagen) blijven daarbij buiten beschouwing met uitzondering van provisie. Bij een wisselend arbeidspatroon wordt het loon berekend over het gemiddelde aantal uren in de laatste 12 mnd.

 

Transitievergoeding

De werkgever moet vanaf 1 juli 2015 een transitievergoeding betalen aan een vertrekkende werknemer. Naast het “kale loon” behoren ook de volgende componenten tot het loonbegrip voor de transitievergoeding;

– 1/12 deel van het vakantiegeld en de vaste eindejaarsuitkering waarop de werknemer binnen 12 mnd recht zou hebben als het contract zou worden voortgezet

– 1/12 deel van de overeengekomen vaste looncomponenten in de laatste 12 mnd voor de beëindiging van het contract, zoals ploegentoeslag of overwerkvergoeding

– 1/36 deel van de overeengekomen variabele looncomponenten, zoals bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen, in de drie kalenderjaren voor het jaar waarin het contract eindigt

 

Heeft een arbeidsovereenkomst korter geduurd dan 12 of 36 mnd, dan moeten de genoemde looncomponenten naar rato worden meegerekend. Variabele looncomponenten die niet vooraf zijn overeengekomen (zoals gratificaties) tellen niet mee.

 

Looncomponenten

Welke looncomponenten onder de vaste en variabele looncomponenten vallen, is vastgelegd in de nieuwe Regeling looncomponenten en arbeidsduur. Alle looncomponenten die hierin niet worden genoemd, vallen buiten de berekening van de transitievergoeding.

 

Perioden waarin een werknemer met een wisselende arbeidsduur niet geeft gewerkt door verlof, ziekte of staking tellen niet mee voor de berekening van de wisselende arbeidsduur. Dit zou immers kunnen leiden tot een lagere vergoeding.

 

Bron; ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

 

Minimumloon per 1 januari 2015

By | Lonen, Personeel

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimum jeugdloon worden per 1 januari 2015 enigszins verhoogd.

Het minimumloon stijgt per 1 januari 2015 met 0,44% ten opzichte van het vastgestelde minimumloon per 1 juli 2014. Volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedraagt het bruto wettelijk minimumloon met ingang van 1 januari 2015:

 

per maand: € 1.501,80

per week:   € 346,55

per dag:     € 69,31

 

Dit minimumloon geldt voor alle werknemers vanaf 23 jaar tot de AOW-leeftijd bij een volledig dienstverband. Voor werknemers die parttime werken, is het bruto minimumloon evenredig lager.

Werknemers jonger dan 23 jaar hebben recht op een vastgesteld percentage van het bruto wettelijk minimum loon. Dat percentage per leeftijd is als volgt:

 

22 jaar:           € 1.276,55 per maand (85%)
21 jaar:           €1.088,80 per maand (72,5%)
20 jaar:           € 923,60 per maand (61,5%)
19 jaar:           € 788,45 per maand (52,5%)
18 jaar:           € 683,30 per maand (45,5%)
17 jaar:           € 593,20 per maand (39,5%)
16 jaar:           € 518,10 (34,5%)
15 jaar:           € 450,55 (30%)

Werkkostenregeling

By | Lonen, Personeel

De werkkostenregeling wordt vanaf 1 januari 2015 op een aantal punten gewijzigd. In de nieuwe regeling wordt o.a. voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur, het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium geïntroduceerd. Als een werknemer gereedschap, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur, zonder meer nodig heeft om zijn werk te kunnen doen, kan de werkgever deze verstekken zonder fiscaal rekening te hoeven houden met het privévoordeel van de werknemer. Mede hierdoor vervalt het fiscale onderscheid tussen computers, smartphones en tablets. Voor de zakelijke tablet geldt bovendien niet langer de zakelijke gebruikerseis van meer dan 90%.

Op dit moment kan een werkgever nog kiezen voor hetzij de werkkostenregeling, hetzij het oude regime voor vergoedingen en verstrekkingen. Vanaf 1 januari 2015 vervalt dat keuzerecht en bestaat alleen nog de werkkostenregeling. Vanaf dat moment kunnen werkgevers hun personeelsleden dus tot het vastgestelde percentage van 1,2% van de totale loonsom onbelast van vergoedingen verstrekkingen laten profiteren. Hieronder vallen o.a. kerstpakketten, etentjes, fietsen en persooneelsfeesten. bedrijven hoeven deze extra’s onder de werkkostenregeling niet meer per werknemer bij te houden. Dat mag voortaan in één berekening voor het hele bedrijf.

Ook hoeft een werkgever nog maar 1x per jaar vast te stellen wat zijn verschuldigde belasting voor de werkkostenregeling is.

Om de wijzigingen in de werkkostenregeling binnen het budget te dekken, wordt de vrije ruimte verlaagd van 1,5% naar 1,2% van de totale loonsom van een bedrijf.

 

 

 

Minimumloon stijgt per 1 juli 2014

By | Lonen

Jaarlijks wordt in januari en juli het minimumloon en daarvan afgeleide minimumjeugdloon aangepast. Op dit moment bedraagt het minimumloon voor werknemers vanaf 23 jaar € 1.485,60 bruto per maand. Per 1 juli van dit jaar gaat het met 0,65% omhoog naar € 1.495,20 bruto per maand. Voor werknemers die jonger zijn dan 15 jaar of ouder zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd is geen wettelijk minimumloon.

 

 

 

Bruto bedragen minimumloon per 01-07-2014

leeftijd

per maand

per week

per dag

 per uur (40 uur)

23 jaar en ouder € 1.495,20 € 345,05 € 69,01 € 8,63
22 jaar € 1.270,90 € 293,30 € 58,66 € 7,33
21 jaar € 1.084,00 € 250,15 € 50,03 € 6,25
20 jaar € 919,55 € 212,20 € 42,44 € 5,31
19 jaar € 785,00 € 181,15 € 36,23 € 4,53
18 jaar € 680,30 € 157,00 € 31,40 € 3,93
17 jaar € 590,60 € 136,30 € 27,26 € 3,41
16 jaar € 515,85 € 119,05 € 23,81 € 2,98
15 jaar € 448,55 € 103,50 € 20,70 € 2,59
 

 

 

 

Bron; SZW